Ga naar de startpagina

Zweedse dansen

Er wordt wat afgedanst in "Folkdans-Sverige"! Als (volks)dansers leek het ons leuk u wat over de Zweedse volksdansen te vertellen. In Zweden waren de mensen, net als in Nederland, heel lang gewoon te dansen bij verschillende gelegenheden. Bijvoorbeeld midzomer, oogstfeest, (religieuze) feestdagen, enzovoorts. 's Zomers danst men buiten en met midzomer zingt en danst men rond de meiboom. Vaak danste men op zaterdagavonden in een lege schuur. De vloer in de schuur was, en is nog steeds, van brede planken, die glad genoeg zijn om op te dansen. In het bijzonder bij de polskor is het heel belangrijk dat de vloer glad is, want men moet op de hakken of op de zolen draaien. Na de oogsttijd werd het te vol met spullen in de schuren. Het buitendansen hield dan ook op vanwege de dalende temperaturen. In de winterperiode kwam men samen in de warmste plek van het huis: de keuken.

Långdans, lekdans, balladdans

De oudste Zweedse dansen heten långdans.

Långdans werd ook balladdans, kvaddans, en lekdans genoemd. Het woord lek betekent tegenwoordig spel, maar oorspronkelijk betekende het muziek en dans. Op de Färöarna wordt nog steeds långdans gedanst; daar heet het kvad. Kvaddans is echt oeroud. In de 14e eeuw kwam het naar de Scandinavische landen en de wortels ervan zouden in de branle liggen. Branle was toen de modedans in Europa. (Overigens zijn wij van mening dat het andersom is en dat långdans mogelijk al uit de vikingtijd stamt. Bewijzen daarvoor hebben wij helaas nog niet.)

Hoe ging het in zijn werk? Iedereen deed mee. Er bestonden nog geen "muurbloempjes" en leeftijdsgrenzen waren er ook niet. Er wordt een ballade gezongen, bijvoorbeeld een heldenverhaal of een voor die gelegenheid toepasselijke tekst. Er is geen opstelling vooraf; alleen begint iemand te zingen, men gaat staan, pakt elkaars hand vast, men begint te lopen, er vormt zich een kring, het wordt vol op de vloer, blikken worden uitgewisseld, en men beleeft de inhoud van het lied, dat iedereen meezingt. Een voorbeeld is de volgende tekst die gaat over een belangrijke bruiloft.

"Konning Hans han sidder på Köbenhavn"
"Han lader de lönnebrev skrive"
"Sender han dem till Nörrejylland"
"Erik Ottesön lovar at give"
"Der kommer aldrig så rig en jomfru till Danmark"

In Zweden danste men in een lange rij door alle kamers van het huis. Iets wat men nu nog doet in het kerstlied "Nu är det jul igen".

Ongeveer 1860 werd långdans zeldzaam in Zweden. Het parendansen werd in de 19e eeuw steeds populairder en van Frankrijk en andere landen kwamen dansen die tegenwoordig Gammaldans heten. En zo langzamerhand werden andere dansvormen gewoon, onder andere björndansen en sinkelipass. Deze laatste twee zijn nu zeldzame dansen; ze worden bij demonstraties nog wel eens gedaan. Uit de långdans kwamen de Ringdansen en de Ringlekar. Alle zogenaamde ringdansen en de dansen waarbij men van partner wisselt, worden tegenwoordig Folkliga Danser genoemd, volksdansen dus. Ook de bekende Familjvals hoort bij deze groep. Ze worden vaak gebruikt als kennismakingsdans als een grote groep mensen bij elkaar komt. Ook opstellingsdansen als kadrilj zijn Folklig dans. Op grote dansbanen, bijvoorbeeld in Jönköping, (toch een flinke stad!) kun je op zondagavond in de zomer Folklig dansen.

Folklig dans en Gammaldans gaan vaak samen. Het verschil is niet zo bekend en een scherpe scheidingslijn is moeilijk te trekken.

Gammaldans

Bij deze grote groep Zweedse dansen horen onder meer schottis, polka, snoa, hambo, snurrebock, vals, enzovoort. Ook veel varianten en speciale dansen, zoals oxdansen (een dans voor 2 heren), horen in dit gevarieerde geheel. Gammaldans (GD) is springlevend. Hoewel de naam anders doet vermoeden (gammal = oud), kunnen gammaldansen best heel nieuw zijn. Vargtassen (wolfspoot), een nieuwe schottisvariant uit Värmland, werd in 1994 tot de gammaldans van het jaar benoemd en de ontwerpster kreeg een prijs.

Er zijn in Zweden veel mogelijkheden om het hele jaar GD te dansen en jaarlijks wordt een aantal wedstrijden georganiseerd in onder ander schottis, vals, polka, en hambo. Vind je dat je een beetje kan dansen of wil je een gezellig dagje hebben, dan kun je bij deze wedstrijden terecht. Heel bekend is de Hälsingehambo (begin juli). Naar dit spektakel komen honderden dansparen en duizenden bezoekers. Dansen in klederdracht is verplicht!

Een veel kleinere wedstrijd die altijd heel erg gezellig was, maar helaas is opgeheven, was de Kinnekulle-hambo. Wij hebben er meerdere malen aan deelgenomen. Je danst op vier verschillende plaatsen, bijvoorbeeld op de dansbaan, een grasveld, op asfalt, en weer op de dansbaan. De "rechters" die zeer deskundig zijn, beoordelen de dansers. Je krijgt punten voor onder andere stijl en uitvoering. Tussendoor wordt een gezamenlijke lunch genoten en praten alle bekenden elkaar even bij. Daarna komen de halve finale en de finale. Het ontmoeten van bekenden en de gezelligheid zijn het belangrijkste. Allen dansen in klederdracht en wij dansen in Sverigedräkt (of Nationaldräkt), waarvan wij vinden dat die bij ons buitenlanders het beste past.

Als je naar een hambo luistert, herken je de ¾-maat, en wals hoort bij ¾, maar als je probeert wals op deze muziek te dansen, dan merk je dat dat niet gaat! Dat komt doordat men de tellen in tijd en lengte "verschuift". De eerste tel wordt verlengd en zo krijg je de tijd om "door te zakken" (neigen) in de dans. Hambo is de meest Zweedse van alle dansen en de enige polska die tot de gammaldans wordt gerekend.

Polskor

In veel Folkdans/Gammaldans-verenigingen wil men niets weten van polskor. De meeste gammaldansers vinden polskor saai. Dat komt onder andere omdat polskor niet zo geschikt zijn voor demonstraties in het buitenland en omdat FD en GD vrolijk zijn, terwijl de meeste polskor "naar binnen gericht" zijn. Maar er bestaan ook puur acrobatische polskor, zoals de Polska van Jössehärad. Die wordt dan ook niet zo vaak gedanst en er zijn ook niet zoveel dansers die in staat zijn zulke moeilijke dansen te dansen. De polskor van Idre en Särna worden ook tot de moeilijke gerekend en zijn, denken we, ook aardig om naar te kijken.

Polskor zijn al heel oud. Het zijn de enige nog bestaande laat-middeleeuwse parendansen ter wereld! Oorspronkelijk komt de polska uit Polen (de polka komt uit Tsjechië). Er bestaan enkele polskor in 2/4-maat, maar in het algemeen kun je zeggen dat polska muziek is in ¾-maat. Er bestaan meer dan 200 verschillende polskor.

Polskor worden tegenwoordig het meest gedanst in Dalarna en Jämtland, maar ook in de andere provincies wordt polska-dansen beoefend.

Zo ver wij weten bestaat er geen polska-wedstrijd, maar men kan zijn deskundigheid laten zien in een "polskemärke-uppvisning" (polskamedaille-demonstratie). De beste polskadansers komen hier één maal per jaar samen en ieder danst voor zijn eigen medaille. Je kiest per keer een verplicht aantal dansen (eerst 3, later 6) en als je die naar het oordeel van de jury correct uitvoert, krijg je een medaille. Er zijn medailles in brons en in zilver. Daarna kun je een zogenaamde eerste, tweede, en derde aantekening halen. Heb je dit alles, dan behaal je groot-zilver. Heb je iets heel bijzonders op het gebied van de polska-traditie gedaan, bijvoorbeeld als je een boek hebt geschreven over polskadans, of als je iets anders hebt gedaan voor het bewaren en verspreiden van de danserfenis, dan kun je worden voorgedragen voor een gouden medaille.

Een polska krijgt zijn naam naar het dorp waar die polska op die manier wordt gedanst. Bingsjö (het woord polska laat men meestal weg) is de polska die wordt gedanst in het dorp Bingsjö in Dalarna, vlakbij het meer Siljan. Boda is een heel ander type polska, maar het dorp Boda ligt maar krap 30 kilometer van Bingsjö. In Bingsjö telt men 1-2-3, iedere tel gelijk en even lang. In Boda wordt 1-2-en-3 geteld, waardoor de polska zijn bijzondere karakter krijgt.

Het lukt niet om zomaar een polska op zomaar willekeurige ¾-muziek te dansen! Je moet eerst zorgvuldig luisteren. Maar als je niet aan polskor gewend bent, kun je in de meeste gevallen een Bingsjö-polska proberen.

Polska is een gevoel. Op de juiste manier gedanst, dat wil zeggen: in volledige harmonie met elkaar en met de muziek, kun jer "hoog" van worden. Dan bestaat de wereld nog uit de muziek, je danspartner, en jezelf. De speelman is ook heel belangrijk in het geheel. Hij of zij moet erg maatvast zijn en moet zich aan de dansers kunnen aanpassen. Wordt de muziek niet in de juiste stijl of tempo gespeeld, dan kun je het hoogste niveau in de dans niet bereiken!

In 2002 is een nieuwe polska gecomponeerd: Stockholmspolska.
Eerst is de muziek gemaakt. Daarna kreeg iedereen de gelegenheid er een mooie polska op te maken. Het geheel is een mooie wedstrijd geworden en de winnende polska krijgen we vast nog eens te leren.

Bron : Lillan- Amsterdam

Copyright © 1998-2008 Zweden Info