Ga naar de startpagina

De tijd van de Unie van Kalmar ( 1389 - 1521 )

Het bestuur van koningin Margarethe en Erik van Pommeren

Na de dood van Bo Jonsson (Grip) zag het er naar uit dat Albrekt van Mecklenburg zich weer onafhankelijk zou kunnen van de macht van de aristocratie. Het land zou daardoor worden bedreigd met een exploitatie van het land door zijn duitse familieleden ten koste van de zweedse aristocratie. Deze laatsten zochten daarom de steun van Maragreta Valdemarsdotter die al regente was over Denemarken en Noorwegen. Zij verwierf in 1389 zeggenschap over Zweden. De prijs die daarvoor betaald moest worden was dat de macht van de zweedse koning weer volledig hersteld werd. Haar plannen reikten veel verder. Zij wilde de drie landen Denemarken, Noorwegen en Zweden samenvoegen tot één land. Haar pogingen om dit tot stand te brengen strandden in 1397 in Kalmar. Zij moest zich uiteindelijk tevreden stellen met het feit dat haar opvolger Erik van Pommeren ( 1396 - 1436 ) in alle drie de landen tegelijk tot koning gekroond werd. Voor Zweden was de Unie van Kalmar niet zo heel geslaagd. Dat het lokale bestuur niet langer een middel zou zijn om de geldhonger van de zweedse adel te stillen maar in het vervolg werd gevoerd door echte rijksambtenaren zou een grote stap voorwaarts hebben moeten zijn. Helaas bleken de door Margareta en Erik gezonden voogden vanwege de uitgestrektheid van het land moeilijk te controleren en minstens even inhalig als de adel. Daardoor bleef hun bestuur niet minder drukkend voor de zweedse belastingbetalende bevolking, maar eerder drukkender omdat de nieuwe bestuurders vaak buitenlandse gelukszoekers waren zonder enig saamhorigheidsgevoel met de lokale bevolkinh Onder deze omstandigheden zou de Unie van Kalmar de ondergang betekent hebben van de zweedse zelfstandigheid en de vrijheid van de boeren. De redding werd gebracht door Engelbrekt Engelbrektsson die van 1433-1436 een succesvolle opstand tegen de deense koning leidde.

De strijd binnen de Unie

Wat Engelbrekt Engelbrektsson nastreefde was het opheffen van de Unie van Klamar en het stichten van een zweedse staatsmacht die de vrijheid van de bevolking veilig zou stellen. Omdat het hem lukte het volk warm te laten lopen voor dit doel kon het zweedse zelfbestuur, gebaseerd op de fundamenten van een zweeds rijk, nu een orgaan krijgen dat het gehele zweedse volk representeerde : de Rijksdag. De grote gedachten van Engelbrekt konden niet van de ene op de andere dag gerealiseerd worden. Er ontstond een aristocratische partij die voor haar eigen doel de door Engelbrekt gewekte interesse op een zodanige wijze probeerde te gebruiken dat de in Denemarken residerende koning van de Unie van Kalmar zich genoodzakt zou zien de regeringsmacht in Zweden aan deze aristocratische partij over te dragen. Onder deze voorwaarden werd de Unie verschillende keren in ere hesrteld onder Kristofer av Bayern (1440-1448), Kristian I (1457-1464), Hans (1497-1501) en Kristian II (1520-1521).Het verplicht overdragen van de koninklijke macht aan de aristocratische partij werd echter niet vastgelegd in de nieuwe versie van de landswetten die tot stand kwamen onder de regering van Kristofer av Bayern. Burgers en boeren hielden ondertussen vast aan de ideëen van Engelbrekt en begonnen zelfs aanhangers te winnen in de aristocratische kringen. Zo kwam er tegenover de aristocratische partij een zuiver democratische partij met aristocratische leiders te staan doe tot doel had een nationaal koninkrijk op te richten ter verdediging tehen de deense en binnenlandse onderdrukking. De pogingen onder leiding van Karl Knutsson (Boer)s (1448-1457, 1464-1465 och 1467-1470), verliepen niet voorspoedig, maar de pogingen onder Sten Sture de Oudere (1470-1497 och 1501-1503), Svante Nilsson (1504-1512) en Sten Sture de Jongere (1512-1520) bereidden de weg voor naar de zege van het zweedse streven naar een koninkrijk. De voorkeur van de aristocratie naar het voortzetten van de Unie van Kalmar werd gesmoord in het Bloedbad van Stockholm.

De conseuqenties van de strijd binnen de Unie van Kalmar

Voor de positie van de katholieke kerk in Zweden was de voortdurende strijd binnen de Unie van Kalmar rampzalig, want de onvaderlandslievende rol die verschillende prominente kerkleiders, zoals Jöns Bengtsson (Oxenstierna) en Gustav Trolle, daarin speelden, baanen de weg voor de reformatie. Door het stichten van de Universiteit van Uppsala in 1477 bevorderde de kerk zelfs in deze tijd haar populariteit nog. In tegenstelling tot de kerken legden de steden, zoals Stockholm, een grotere vaderlandsliefde aan de dag. Van groot belang was dat na de Slag bij Brunkeberg de stadswetten zodanig werden herschreven dat het stadsbestuur niet langer voor de helft uit Duitsers moest bestaan. Door hun vaderlandslieende houdign rechtvaardigden de burgers ook hun aanwezigheid in de Rijksdag. Voor de boeren had hun inzet in de vrijheid niet alleen politieke betekenis die zijn weerga niet kende, maar het behield ook hun rechten als vrije boeren. Voor het zweedse grondgebied resulteerde de strijd in de Unie van Kalmar tot het verlies van Gotland.

<< De Folkunger-tijd

Copyright © 1998-2008 Zweden Info