Ga naar de startpagina

De vroege Vasa-tijd ( 1521 - 1611 )

De grondlegging van de moderne zweedse staat

De door Engelbrekt Engelbrektsson begonnen vrijheidsstrijd werd uiteindenlijk gewonnen door Gustav Vasa (legraanvoerder en tijdelijk bestuurder van 1521-1523 en koning van 1523 - 1560). De Unie van Kalmar hield volledig op te bestaan. De reformatie had niet allen grote gevolgen voor de geestelijke ontwikkeling van het zweedse volk, maar was ook een middel om de macht van de staat verder te versterken. Door de afname van het kerkelijk grondbezit kreeg de staat meer inkomsten en werd ook de zweedse staat beter beschermd tegen inhalige kerkelijke leiders die niet erg vaderlandslievend waren. Er moest ook een einde komen aan de exploitatie van het land en het volk zoals tijdens het aristocrtische bestuur. De wijze warop Gustav Vasa dit bewerkstelligde was zodanig dat hij met recht de grondlegger van de moderne zeedse staat genoemd wordt. De bevrijder van het vaderland, die gevraagd moest worden op te treden tegen de zittende regering en die het land niet vanuit het buitenland zou regeren, heeft men niet gevraagd afstand te doen van de regeringsmacht. Gustav Vasa kreeg daarom alle macht in handen. Het vrije beschikkingsrecht over de provincies gebruikte hij om een echt ambtelijk bestuur over de provincies op te zetten.Hij deelde de grotere provincies op in kleinere eenheden die beter te controleren waren en liet deze besturen door voogden uit de lagere adel die hem trouw waen gebleken en de inkomsten ten gunste van het rijk gebruikten en niet voor hun persoonlijke voordeel. Sommige grotere provincies liet hij besturen door leden van de hogere adel, maar deze moesten genoegen nemen met een rol als rijksambtenaar in plaats van zelfstandig bestuurder en ook in deze provincies diende het belang van de staat voorop te staan. Voor de boeren had de betere controle op het lokale bestuur heel veel voordelen, maar toch riep de versterking van het staatsbestuur veel weerstand bij hen op. De huidige koning was opgestaan uit het boerenverzet en diezelfde neiging tot verzet richtte zich nu tegen de koning toen deze maatregelen nam die tegen de gewoonten en voorkeuren van de boeren ingingen. Door het onderdrukken van het oproer Dackefejden in Dalarna handhaafde Gustav Vasa zich ook tegen deze laatste stuiptrekkingen van de anarchie.

De kroon op het werk van Gustav Vasa was het invoeren van het erfelijk koningschap. Het kiezen van een nieuwe koning bij Mora Ting werd daardoor slechts een formaliteit. De vroegere procedures bij het kiezen van een koning legden in feite alle macht bij de hogere adel die door hun keuze de gehele regeringsmacht naar zich toe konden trekken en het land en de bevolking voor hun eugen voordeel konden gebruiken. Het erfelijk koningschap had tot doel een einde te maken aan deze praktijken en ervoor te zorgen dat de nieuwe staat beschermd was tegen onbehoorlijke persoonlijke interesses van haar bestuurders.

Op alle mogelijk manieren wierp de nieuwe staatsmacht, door persoonlijk ingrijpen van de koning, haar vruchten af. Wetten en recht werden gehandhaafd, de hanel werd vrijgemaakt van de verstikkende invloed van de duitse Hanzen en verschillende bedrijfstakken, zoals de landbouw, werden bevorderd. Er werd hard gewerkt aan de opbouw van een voetleger en een moderne oorlogsvloot om zich te kunnen verdedigen. Door het laten komen van buitenlandse kunstenaars kreeg Zweden ook zwakke impulsen van de kunst uit de renaissance. Op literair gebied had de nieuwe koning nauwlijks interesses. Dit kwam waarschijnlijk door het feit dat de opleiding in Zweden nog steeds grotendeels in handen was van de bevochten oude kerk en haar schepping de Universiteit van Uppsala. Door studies aanbuitenlandse protestantse hogescholen en geschriften van zweedse aanhangers van de reformatie, die dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst hun geschriften konden verspreiden door het land, werd toch de opleidingsbehoefte die door de reformatie was aangewakkerd enigszins bevredigd.

De sterke staatsmacht die Gustav Vasa schiep was niet identiek aan de alleenheerschappij die zich op dat moment in veel andere europese landen ontwikkelde. Een geringe neiging tot alleenheerschappij liet hij zien toen hij met behulp van een aantal Duitsers (Conrad von Pyhy, Georg Norman, e.a.) het nieuwe wereldlijke en geestelijke bestuur in vaste vorm te gieten. Gewaarschuwd door de hierdoor ontstane onrust, speciaal het oproer Dackefejden in Dalarana) deed hem snel op zijn schreden terugkeren naar een model dat ook meer bij zijn persoonlijke ideëen paste.

Met zijn wortels diep in het oeroude zweedse staatsmodel bewaarde Gustav Vasa in grote lijnen het dualistische karakter hiervan, maar dan met een sterkere rol voor de koning. Verzwakt door het Bloedbad van Stockholm, beroofd van de mogelijkheid om de Unie van Kalmar uit te spelen tegen de koning en afhankelijk van de steun van de koning om de democratische gevolgen van de vrijheidsstrijd het hoofd te bieden moest de aristocratie zich schikken in het feit dat zij niet langer mochten regeren. De koning eiste in plaats daarvan van de aristicratie dat zij goed zouden mee werken in het besturen van het riojk en met de democratische krachten die hem op de troon hadden geholpen hield hij nauw kontakt. Bijzonder belangrijk werd de medewerking van de Rijksdag zoals bijvoorbeeld bij het breken van de macht van de katholiek kerk in 1527 bij Västerås en de grondlegging van het erfelijk koningschap in 1544. Dor het toenemende belang van de Rijksdag kreeg het nieuwe rijk een solide basis.

Troonstrijd

De staatsvorm waarmee Zweden de nieuwe tijd inging was zeker geen moderne constitutionele monarchie, maar had zeker sterke elementen in zich waarop een dergelijke staatsvorm gebouwd kon worden. Het rijk werd in deze tijd niet door een strijd om de troon gehinderd in haar ontwikkeling. De oudste zoon van Gustav Vasa, Erik XIV (1560-1568) was een echte renaissance-koning die en gevolge van een zikte de kroon verloor aan zijn broer Johan III (1568-1592). Zijn zoon en opvolger Sigismund (1592-1599), die ook de koning van Polen was, werd in 1599 door zijn oom Karl IX (1600-1611) van de troon beroofd. Tot op zekere hoogte kan het erfelijk koningschap hebben bijgedragen aan het ontstaan van dit soort twisten. Een in die tijd gangbaar idee was dat het land een soort privébezit van de koning was en dat de erfenis bij overlijden verdeeld moest worden over de erfgenamen. Dit idee was ook Gustav Vasa niet vreemd en dat bleek onder andere uit het feit dat hij zijn zonen erfelijk ehertogdommen ter beschikking stelde die uiteindelijk de basis lgeden voor allerlei broedertwisten.

Het instellen van hertogdommen had ook schadelijke invloed op de eenheid van het rijk, die och een voorwaarde was voor een sterke staatsmacht. Door een speling van het lot werd het instellen van hertogdommen toch de redding van zijn grote werk, want daardoor kreeg Karl IX de machtsmiddelen om de staat te verdedigen tegen het liturgische streven van Johan III en het katholieke fanatisme van Sigismund die Zweden blootstelden aan de gevaren van het terugdraaien van de reformatie, het verliezen van de nationale zelfstandigheid en de mogelijkheid dat de aristocratie de macht weer zou grijpen. Tijdens zijn reddingspogingen ontving Karl IX veel steun van de Rijksdag en dat versterkte het proces van een zelfbestuur door het volk nog verder.

Buitenlandse politiek

In de tijd van de Unie van Kalmar had Zweden geen andere buitenlandse interessen dan de konflikten met Denemarken en het bewaren van de zweedse cultuur in Finland, dat dreigde te worden veroverd door Rusland. De nieuwe zweedse staat werd voor grotere taken met betrekking tot de buitenlandse politiek gesteld. Ndak dat Gustav Vasa niet erg in de buitenlandse politiek geïnteresseerd was, werd hij toch gedwongen mee te doen aan de strijd in Greve om de handelsvrijheid te verdedigen tegen Lübeck. In het grote gevecht tussen de duitse keizer Karl V en Frans I van Franktijk voelde hij zich genoodzaakt kontakt op te nemen met de laatste omdat de keizer en de zwager van Kristian II voor bepaalde hervormingsplannen in hun eigen voordeel waren. Politieke gevolgen van enig belang had dat allemaal niet en afgezien van de deelname aan de strijd bij Greve en een grensoorlog met Rusland (1555-1557) bleef Zweden tijdens zijn bewind verschoond van buitenlandse oorlogen.

Erik XIV daarentegen zag zich genoodzaakt om de historische zweedse interessen te bewaken en veroverde daarom Estland. Onbewust blies hij daarmee de Oostzee-politiek uit de Vikingtijd nieuw leven in. Het veroveren van Estland doorkruiste de uitbreidingsplannen van Denemarken. Dit en de deense wens om de Unie van Kalmar opnieuw te stichten veroorzaakten het uitbreken van de 7-jarige Noordse oorlog in 1563. De oorlog met Denemarken eindigde in 1570 na het afzetten van Erik XIV. Zijn opvolger Johan III begaf zich direkt in een oorlog met Rusland omEstland die eindigde in 1595 bij de vrede van Teusina toen Rusland aftsand deed van haar aanspraken op Estland.

De voornaamste reden dat Zweden zich in de internationale politiek mengde was het uitbreken van de oorlog met Polen in 1599 na het afzetten van Sigismund, die ontaardde in een protestantse verdedigingsoorlog tegen de katholieke reaktie op de afzetting. In 1609 werd Zweden ook meegesleept in de strijd om de Russische troonopvolging, die door Sigismund op een gevaarlijk emanier tegen Zweden gebruikt werd. De oude concflicten met Denemaken laaiden in 1611 weer op en daarmee was Zweden aan het eind van deze periode in drie oorlogen tegelijk verwikkeld.

<< De tijd van de Unie van Kalmar

Copyright © 1998-2008 Zweden Info