Ga naar de startpagina

De ervaringen van Leo de Vin

De voorgeschiedenis

Over de voorgeschiedenis kan ik kort zijn: Die was er nauwelijks. Ik was één keer een paar dagen in Stockholm geweest voor het werk. En dat was alles, dus van een "zwedenvirus" was geen sprake. Later bleek overigens een aantal gewoontes, door collega’s aangeduid als “typisch Zweeds” later eigenlijk “typisch Stockholms” te zijn.

Hoe het dan toch begon

Na mijn onderzoek aan de Universiteit Twente had ik ruim een jaar in Belfast gewerkt. Eenmaal terug in Nederland werd ik in kontakt gebracht met Högskolan Skövde. Na wat heen en weer mailen werd ik uitgenodigd voor een kennismakingsbezoek voor een eventueel gastdocentschap in "integrated product development". De hele reis werd voor me geregeld hetgeen wel handig was want ik wist nauwelijks waar Skövde lag, laat staan dat ze daar een kleine universiteit hadden. Voor de nieuwgierigen: Skövde ligt tussen de meren Vättern en Vänern, 1 uur per trein vanaf Göteborg en 2 uur vanaf Stockholm. Een paar dagen met allerlei mensen gepraat, van Rektor tot studenten enzovoort. Mijn indruk was dat men enthousiast en ambitieus was, trots op goed werk maar ook realistisch m.b.t. beperkingen en zonder neiging e.e.a. onnodig op te kloppen. Volgens afspraak stuurde ik na thuiskomst in NL een berichtje wat en hoe ik dacht bij te kunnen dragen en het volgende bericht was dat er een aanbieding in voorbereiding was. De hele gang van zaken in Skövde sprak me erg aan en gaf me vertrouwen voor de toekomst, dus de klompen toch maar ingeruild tegen een paar langlauflatten. Overigens had dit bezoek bijna wat langer geduurd. Met mijn eerste woordjes Zweeds begreep ik dat “bara lördag” op de tijdtabel voor de airportbus één of andere opmerking over zaterdag was en aangezien het zondag was maakte ik me niet druk. De Zweed die zich na mij bij de bushalte meldde (en later dezelfde vlucht bleek te hebben) wel. Dus toch maar samen een taxi genomen. (bara lördag = alleen op zaterdag).

De eerste ervaringen

Mijn eerste ‘werkdag’ bleek een vrije dag te zijn zodat ik al snel op de langlauflatten betrapt werd. Ik kreeg dus gelijk het commentaar dat ik weinig tijd verspilde om aan het inburgeringsproces te beginnen. Ik had ‘blind’ een appartement gehuurd op 200 meter van mijn werkplek. Op zich prima maar bij oplevering bleek er ineens het nodige mis te zijn. Mij werden kosten berekend die heel toevallig precies overeenkwamen met huur voor de 2 weken die het leeg zou staan. Op het werk ging het aanvankelijk vreemd. Soms kreeg ik de indruk een overbetaald uithangbord te zijn. Kijk, niet teveel werk hebben is de eerste twee, drie weken leuk maar dan gaat de lol er af. Later bleek dat er kort voor mijn komst nog twee buitenlanders hadden moeten arriveren, maar één kreeg last van koudwatervrees en de ander gebruikte het contract slechts voor onderhandelingen met zijn werkgever. Zekerheidshalve had men in mijn geval maar op het ergste gerekend. In ieder geval werd ik gelijk in een klasje ‘Zweeds voor buitenlandse studenten’ gezet. Dat bleek voor bijna de helft uit gastdocenten te betaan. Achteraf bezien hadden we eigenlijk onvoldoende lessen (circa 10) om er echt veel van op te steken. Wel herinner ik me een bandje waarop een verhaaal verteld werd over een echtpaar die allebei lasser waren en daarom uiteraard hetzelfde verdienden. Tja! Stel je voor, je kunt natuurlijk geen taalles maken zonder dat soort dingen nog even aan de orde te stellen. In ieder geval is het wel aardig om in een groep te komen met een zelfde achtergrond. Wel zijn alle anderen inmiddels naar elders vertrokken. Na ‘bara lördag’ was het derde woordje Zweeds dat ik leerde ‘slutsåld’. Geleerd bij System(bolag)et, de staatsslijterij, zeg maar Kijkshop voor alcoholisten. Die hebben een indrukwekkende katalogus maar mij was ten overvloede al verteld dat ze niet altijd alles op voorraad hadden. Dus als je één fles wijn wilt hebben dan maak je een lijstje van zes, en krijg je zes keer ‘slutsåld’ (uitverkocht) te horen. Gezien hun monopolie kun je ook niet aankomen met ‘geef me wat te zuipen anders ga ik naar een ander’. Tegenwoordig mag je (althans in de lokale vestiging) zelf langs de rekken om wat uit te zoeken, da's wel zo handig en snel.

Burokratie

Burokratie heb je overal. Maar in een ander land valt het ineens meer op. In het algemeen is mijn advies om gebruik te maken van de dingen die makkelijker gaan dan in je vaderland en je schouders op te halen bij dingen die wat lastiger gaan. Maar een kennis van me die het weten kan omschreef Zweden eens als ‘een mengeling van een socialistische staat naar oost-europees model en een moderne welvaartsstaat’. In veel gevallen is het zo dat als je je zin ergens niet krijgt, je gewoon nog een keer probeert als er iemand anders achter het loket of aan de telefoon zit. En als je ze het gevoel geeft dat ze de juiste beslissing nemen (bijvoorbeeld door één of andere autoriteit uit de hoge hoed te toveren) dan doet men vaak wat je voorstelt. Ik wil geen lange lijst publiceren maar een paar evaringen zijn wellicht wel aardig. Op een dag wilde ik een cheque inwisselen op het postkantoor. Met mijn nederlandse paspoort en rijbewijs nam men aanvankelijk geen genoegen, ik moest ‘een zweeds ID tonen’. Op mijn uitleg dat ik nu eenmaal geen zweedse pas kon hebben en de vraag welk ID ze aan konden raden kreeg ik het antwoord ‘Nou, bijvoorbeeld onze eigen ‘Posten ID kaart’. Te verkrijgen door het invullen van een formulier en het tonen van een ID, bijvoorbeeld mijn rijbewijs. Dat mijn rijbewijs niet goed genoeg was voor het inwisselen van een cheque maar wel voor het verkrijgen van hun ID kaart die wel goed genoeg was vonden ze bij nader inzien inderdaad wat onlogisch, en vervolgens kreeg ik mijn geld, zij het niet van harte. De immigratiedienst heeft er een handje van om verkeerde formulieren op te sturen, zelfs als je ze uitlegt welk formulier het goede is. Als Nederlander of Belg hoef je daar niet mee te zitten, maar ik ken een Canadees die daardoor al eens bijna ernstig in de problemen was geraakt. Nou woon ik in de gemeente Skövde maar zit op de postroute van Stenstorp. Ik heb al de nodige instanties die ‘die domme buitenlander eens uit zullen leggen dat ie het formulier verkeerd ingevuld heeft’ moeten wijzen op het regeltje ‘postadres indien afwijkend van woonadres’.

Werk

In Zweden wil men graag dat alles democratisch besloten wordt, bij voorkeur d.m.v. consensus. Het gevolg is dat je al snel met 30 man zit te praten over iets wat je ook wel met 3 man had kunnen regelen. Maar als je ze daar op wijst dan blijkt gelukkig dat ze dat zelf eigenlijk ook wel vinden. Tegenwoordig doen we meer in kleine groepen, en ik vind ook dat men goed gebruik maakt van mijn buitenlandse ervaring. Het ‘International Office’ heeft met mijn hulp een informatiepakket voor onder meer gastdocenten samengesteld, en faculteitshoofden leggen nieuwe ideeën vaak eerst aan mij voor. Dat hoor ik vaak van Nederlanders hier, dat we toch wat direkter zijn in ons kommentaar en als mensen daar tegen kunnen dan vindt men dat vaak verfrissend en nuttig. Echter, kritiek wordt doorgaans niet in vergaderingen e.d. geventileerd. Besluitvorming gaat enigszins anders dan in Nederland. In Zweden is het gebruikelijk dat besluiten met algemene instemming worden genomen. Dat werkt natuurlijk niet altijd. Als dit uit de dicussie blijkt, dan wordt er gewoon geen besluit genomen. Zo’n 10 minuten later komt er dan bijvoorbeeld e-mail van de voorzitter dat, ‘geluisterd hebbende naar alle argumenten, het volgende besluit is genomen: ......’. Volgens de Zweden gaat dit zo om te voorkomen dat iemand in het openbaar in verlegenheid wordt gebracht. De sfeer is doorgaans informeel en men gebruikt bij voorkeur voornamen. Natuurlijk is er een zekere hiërarchie maar het is heel gewoon dat de rector en hoogleraren door studenten of schoonmaaksters met de voornaam aangesproken worden. Wel viel het de buitenlanders op dat zweedse studenten vrij vaak aankwamen met ‘ik heb een probleem voor mezelf gecreëerd, kun je dat voor me oplossen’. Wij dachten dat dit een gevolg was deels van de informele sfeer, deels van de verzorgingsstaat-traditie. Op het werk kon en kan ik me in principe prima redden in het engels. In onderzoek is engels de voertaal (dat was ook al zo in Nederland). Ook onderwijs geven gaat prima, we proberen toch al een redelijk aantal vakken in het engels te geven en de meeste studenten vinden het nuttig of leuk. Maar als je wat gedaan moet krijgen is het vaak wel handig om zweeds te gebruiken, een beetje afhankelijk van met wie je te maken hebt. Werktijd per aktiviteit wordt soms tot op de milimeter gepland (waar overigens nogal wat tijd mee verloren gaat). Vervolgens doet (binnen zekere grenzen) bijna niemand moeilijk over overuren, zeker niet in groepen waar men relatief veel aan onderzoek doet. Dan bedoel ik uiteraard onbetaalde overuren. Als overuren het gevolg zijn van extra opdrachten dan wordt dit veelal wel als overtijd uitbetaald. Da’s een luxe die ik nog niet kende. Mijn indruk is dat zweedse chefs het erg waarderen als je initiatief toont en niet bang bent voor verantwoordelijkheden. De eerste serieuze klus die ik kreeg, verantwoordelijkheid voor een heel studieprogramma, omschrijf ik nog altijd als volgt. We werden op rij gezet en vrijwilligers werd verzocht een stap voorwaarts te doen. Ik verstond geen zweeds dus bleef ik staan, de rest deed een stap achteruit dus kreeg ik de klus (met dank aan Asterix & Obelix).

Als vreemdeling op het platteland

In het begin woonde ik in een gehuurd appartement en hield ik mijn flatje in Nederland nog gewoon aan. Na een tijdje besloot ik de stap te wagen en ‘definitief’ naar Zweden te verhuizen. Een huis of yuppie-appartement in de stad heeft zijn voordelen, een huisje op het platteland heeft zijn charme. Uiteindelijk koos ik voor het platteland, min of meer onder het motto ‘als je het niet probeert zul je nooit weten of het bevalt’. Uiteindelijk viel de keuze op een huis 20 km van mijn werk, 1½ km van een gehucht met 20 huizen, en met de eerste buren op 350 meter. Een paar weken na mijn verhuizing was het rommelmarkt, een goede gelegenheid om wat spulletjes aan te schaffen en mijn gezicht eens te laten zien. Men was blij verrast toen bleek dat ik van plan was het huis permanent te bewonen, men had eigenlijk verwacht dat ik het als vakantiewoning zou gaan gebruiken. De vorige bewoners waren van plan geweest het huis van rood/zwart naar geel/wit om te toveren, en hadden het schilderwerk dus enigszins uitgesteld. Ik heb me de eerste tijd dan ook vooral bezig gehouden met schilderen. Bovendien was de kelder niet afgewerkt dus in de winter ging dat gelijk door met timmeren en wederom veel schilderen. In de zomer komt daar grasmaaien en snoeien bij, in de winter sneeuwruimen. Maar na een dag vol vergaderingen is het verfrissend om even naar de stapel stammetjes (gevolg van een vorige vergaderdag) te lopen om een portie hout te hakken. Men is hier over het algemeen vrij religieus, maar het is geen enkel probleem om op zondag met de motorzaag of de grasmaaier aan de slag te gaan. Iedereen doet dat, het is maar net hoe het uitkomt met weer en dergelijke. Overdreven veel contact met elkaar is er hier eigenlijk niet en blijft meestal beperkt tot koffie drinken of een potje schaken, maar burenhulp is hier vanzelfsprekend. Nu heb ik weinig ervaring met houten huizen dus het is wel prettig dat ik het nodige advies krijg. Bovendien hoef ik de buren eigenlijk niet te vragen om tijdens vakanties een oogje in het zeil te houden, dat gebeurt als vanzelfsprekend. De eerste keer dat ik een aankondiging kreeg van het jaarlijkse bezoek van de schoorsteenveger, kwam de buurman ook even informeren of ik dat begrepen had. Zelf heb ik mijn vaardigheden onder meer uitgebreid met het repareren van Volvos en het vangen van loslopende koeien.

Rare jongens, die Zweden

Één van de meest opvallende en meest bekende zweedse trekjes is natuurlijk de haat-liefde verhouding met alcohol. Vooral in de grote steden lijkt het volledig geaccepteerd dat men zich op vrijdag of zaterdag in het openbaar volledig vol laat lopen. Maar er zijn ook zat mensen die de alcohol niet in hun eigen woonplaats betrekken. Men loopt er op het werk vaak informeel bij, maar als er gedronken gaat worden dan trekt men vaak een kostuum aan, zeker als het drinkgelag een enigszins georganiseerd karakter heeft. Een ander opvallend zweeds trekje is de goklust. Het wedden op paarden, kopen van krasloten of speculeren met aandelen is wijdverbreid. Op de overtocht van Göteborg naar Kiel bijvoorbeeld staan de gokautomaten geen seconde stil. Een bijzonder plezierig trekje is dat men elkaar in het verkeer doorgaans volop de ruimte geeft. Ook steekt men minstens zo vaak de hand op als in Nederland, maar het gebaar dat erbij gemaakt wordt is meestal wat vriendelijker. Snelheidscontroles zijn meestal nogal opvallend en alcoholcontroles vinden vooral ‘s morgens plaats. Een Zweed legde dat als volgt uit: ‘ze willen geen overtreders pakken maar de mensen duidelijk maken dat die mogelijkheid er wel in zit als ze in de fout gaan´. De meeste supermarkten zijn hier van vroeg tot laat open, ook in het weekeinde. Op dagen als eerste Paasdag moet je er wel rekening mee houden dat ze bijvoorbeeld om 4 uur sluiten. Daarnaast zijn er een paar dagen waar je echt even op moet letten: Driekoningen, 1 mei en als ik het wel heb de middag voor Hemelvaartsdag. Vanaf ongeveer 20 juni tot begin augustus is het stil in Zweden, d.w.z. wie niet op het werk aanwezig hoeft te zijn verstopt zich bijvoorbeeld in een zomerwoning. Verder kent men hier een Valpurgisnacht, waarbij een soort paasvuur wordt ontstoken. Ik heb dat eenmaal meegemaakt, alleen wilde dat met dat vuur niet zo lukken. Dat leverde het volgende schouwspel op: Dezelfde mensen die om 5 voor 12 nog levensgevaarlijk met benzine in de weer waren om de vlam in een stapel nat hout te krijgen, begonnen exact klokslag 12 met het blussen van het beetje dat wel brandde. Wie naar Zweden verhuist, zeker tijdelijk, zal een paar zweedse gewoontes wel waarderen. Zweden gaan echt niet onnodig met koelkasten e.d. slepen, hetgeen betekent dat appartementen doorgaans redelijk kompleet zijn ingericht. Huurflats kennen doorgaans gemeenschappelijke was- en droogvoorzieningen, soms met een reserveringssysteem, soms met een vast rooster.

De taal

Zweeds is redelijk makkelijk te lezen. Da’s gelijk een gevaar, want dan ga je woorden onthouden met ‘nederlandse’ klanken en moet je veel woorden later opnieuw leren. Een truc die mij goed bevallen is, is om naar ‘bingo-lotto’ te kijken en zelf het nummer te roepen. Voor beginners is ‘27’ denk ik de ultieme test voor getallen onder de 50. Het luisteren naar radio en TV is ook nuttig om aan de klanken in het algemeen te wennen. De Zweden hebben er ook een handje van om woorden in te korten, bij voorkeur naar 3-letter woorden ;-) Da’s wel eens lastig, want ‘sen’ kan zowel ‘laat’ betekenen als ‘sinds’ (sedan). Daarnaast heb je woorden die net even iets anders betekenen dan je denkt. ‘Utfall’ van produktie bijvoorbeeld zou in NL ‘uitval’ zijn (dus afgekeurde produkten), maar betekent echter ‘output, opbrengst, resultaat’ (dus goedgekeurde produkten). Het lastigste is wel het simultaan gebruiken van verschillende talen. In de tijd dat ik in Belfast werkte praatte ik liever engels dan nederlands, zelfs met nederlanders. Een nederlandse canadees had hetzelfde. Op vakantie kwek je toch meestal nederlands, maar als je van 90% zweuds omschakelt naar 90% nederlands en een week later naar 90% engels en vervolgens terug naar zweuds dan zijn de grijze celletjes in je talencentrum redelijk aan het eind van hun latijn. Maar het gekke is ook dat ik in e-mail met mede-buitenlanders soms 3 of 4 talen door elkaar gebruik. Een Argentijn beschreef het leren gebruiken van een vreemde taal vrij aardig: ‘Het is net als op kamers wonen. In het begin kook je omdat je honger hebt, later probeer je iets te brouwen dat ook lekker is’.

Natuur, weer en seizoenen

Voor iemand die er graag met de mountainbike op uit trekt is Zweden ideaal. Deels gebruikmakend van gemarkeerde wandel- of langlaufroutes, deels van een gedetailleerde kaart en deels van de nodige fantasie en gezonde eigenwijsheid kom je hele leuke dingen tegen. Het eerste jaar gebruikte ik veel van die verkenningen voor de zondagwandelingen met de andere buitenlanders. Eerst pannekoeken-ontbijt, en vervolgens op pad. Ik meestal beladen met de nodige porties warme chocolademelk. Toen we een keer wat Zweden meenamen begon er één zich bij het doorkruisen van een bevroren moeras meteen zorgen te maken of 112 mobiel nog wel bereikbaar was. Wie in Zweden ‘skiën’ zegt bedoelt meestal langlaufen. Het wordt in sommige delen ook vaak als wijze van vervoer gebruikt, net zoals de kindertjes in Nederland vaak met een fietsje geboren worden. Natuurlijk mis ik techniek en ervaring, maar het is heerlijk om vanaf je voordeur op de latten de natuur in te trekken. Overigens is het niet altijd nodig zelf de natuur in te trekken, gewoon thuisblijven kan ook. In mijn tuin krijg ik bezoek van onder meer elanden, herten, marters, vossen, dassen, eekhoorntjes en uilen. De elanden en herten richten soms wat schade aan, maar dat moet je accepteren. Alleen de zeer jonge boompjes worden eventueel beschermd. Eind oktober pleegt het gezellig in huis te worden omdat de plattelandsmuizen het buiten dan ook wat koud gaan vinden. Het weer is hier (centraal in zuid-west Zweden) een beetje vergelijkbaar met dat in Nederland. Ondanks dat het wat droger is, zijn er gebieden die regelmatig met overstromingen te maken hebben. Gemiddeld is het iets kouder, maar voor nederlandse begrippen niet echt extreem. Echter: Op een dag kregen we een nieuwe buitenlandse collega die vroeg of het hier in de winter altijd zo koud was. Iemand heeft toen héél voorzichtig uitgelegd dat het september was en dat wij dit tot de zomer rekenden. De eerdergenoemde Argentijn had zijn eerste baan in deze contrijen in Finland. Voor de zekerheid belde hij nog even om naar de temperatuur te informeren. ‘20 graden’ vond hij wel meevallen. Maar de 50 meter vanaf het vliegtuig naar de terminal zijn wel afzien als je net uit de argentijnse zomer komt en ‘20 graden’ blijkt voorzien te zijn van een min-teken. In de zomer is het hier lang licht, wat wel even wennen is als je een slaapkamerraam op het noorden hebt. Ik had zelf een stuk karton voor het raam, een kennis sliep met een masker op. In de winter is het lang donker. ‘s Morgens niet zo’n punt maar ik moet er ‘s middags altijd aan wennen dat de werkdag een uur langer blijkt te zijn dan ik dacht. Echter zodra de eerste sneeuw gevallen is lijkt alles op te fleuren. Bij het licht van een 8W lampje kijk ik dan zo 100 meter de weg af. Het plezierige is dat er hier minder luchtvervuiling is waardoor de sneeuw ook wit blijft. Voor sneeuwruimen geldt dat oefening kunst baart. Doorgaans is het wel zo dat de sneeuwploegen een mooi walletje voor je oprit deponeren. Maar dat moet je er even voor over hebben.

Terugblik

Na mijn jaar Belfast had ik het gevoel dat ik nog één keer een buitenlands avontuur aanwilde, en dat is er dus van gekomen. Maar de keuze voor Zweden stond vooraf niet vast. Misschien is dat ook wel een voordeel geweest. Zweden leek me natuurlijk een aardig land, maar in het algemeen waren mijn verwachtingen vrij neutraal. Vakantie-ervaringen bijvoorbeeld geven toch een heel ander beeld van een land dan de werkelijkheid van alledag, en hooggespannen verwachtingen kunnen zich ook tegen de emigrant keren. Ik heb ook een paar mensen ziek of bijna ziek naar hun vaderland zien terugkeren. Ik gebruik niet graag de termen ‘slagen’ en ‘mislukken’, want ook al zit ik hier nu bijna 4 jaar en heb ik het naar mijn zin, het is en blijft een moment-opname. De (wereldwijde) praktijk wijst uit dat ook emigranten die het naar hun zin hebben vaak na 2 tot 3 jaar weer terugkeren naar hun vaderland. Maar hoe het ook afloopt, het blijft een bijzondere ervaring.

Copyright © 1998-2010 Zweden Info